H2Ruimte
Schieblock unit 5.08
Schiekade 189
3013 BR  Rotterdam
info.at.h2ruimte.nl

Interview Henk Werksma, senior adviseur gebiedsontwikkeling en partner bij H2Ruimte

Hoe ben je met duurzaamheid in aanraking gekomen?
Als planoloog word je opgeleid en opgevoed in duurzaamheid. Wat is de taak van de planoloog? Mijn hoogleraar, wijlen professor Henk Voogd, citeerde graag De Casseres, de grondlegger van de planologie in Nederland. De Casseres schreef dat de taak van een planoloog niet alleen is om zinvol te doen, maar evenzeer om zinvol na te laten dat wat toekomstige generaties zou kunnen beperken in hun mogelijkheden. Dat schreef hij in 1929: bijna zestig jaar later echode zijn woorden nog steeds na in de veelgeciteerde duurzaamheiddefinitie van de commissie Brundtland. Dat is indrukwekkend. Ik heb de woorden van De Casseres dan ook goed in mijn oren geknoopt.

Dan ben je één van de weinige planologen die deze les goed tot zich heeft genomen.

Ik vrees dat dat klopt. Maar we moeten ook niet vergeten dat, vreemd genoeg, de planologen steeds minder te vertellen hebben over de inrichting van Nederland.  

Sorry?

Ja, erg hé? We zijn bestolen! In de eerste plaats door juristen. Zij hebben de macht genomen over de wet- en regelgeving. Ik ben afgestudeerd op het bestemmingsplan. Na afloop was ik meer jurist dan planoloog. Gelukkig heb ik dat weer recht kunnen zetten. In de publicatie ‘Doorbreek de impasse tussen milieu en gebiedsontwikkeling’ sla ik terug. We schrijven dat processen van gebiedsontwikkeling te vaak vervallen in juridisch figuurzagen. Dat is weinig duurzaam. Ten tweede zien we een te verrommeld Nederland door een gebrek aan visie en te projectmatig denken in de afgelopen decennia. Niet ruimtelijke kwaliteit maar de grondexploitatie is leidend geworden. Ook dat is weinig duurzaam. ‘Het zinvol nalaten’ is grotendeels afwezig geweest en door geld en prestige gedreven lieden hebben weinig zinvol gedaan. En tot slot: bestuurders hebben zich te vaak en te veel laten verblinden door de ‘alwetende’ architect of stedenbouwkundige. Natuurlijk, de plaatjes zijn prachtig maar de ideeën van deze kunstenaars stroken zelden met de kwaliteitsbeleving van de man in de straat. Ik heb ooit meegemaakt dat een architect, wrevelig geworden door tegengas op een informatieavond, sprak: “mevrouw, ik heb hiervoor gestudeerd. Ik zit al 25 jaar in het vak”. De vrouw kaatste: “En ik woon hier al heel mijn leven!” Applaus!

Mooie tirade, maar hoe maak jij dan het verschil? Wat is jouw bijdrage aan duurzaamheid?

(Lachend) Ik heb geprobeerd Rijkswaterstaat af te houden van het aanleggen van de Blankenburgtunnel dwars door Midden-Delfland. Ik roep dan dat ze ‘zinvol moeten nalaten. ’ Ik moet erkennen dat ik bij de A4 Delft-Schiedam, ook door Midden-Delfland, heb gefaald. Maar daar heb ik wel, samen met vele anderen, een mooi compensatieprogramma uitgesleept. Dat laatste is weer zinvol doen.

En nu serieus.

Ik ben serieus. Echt! Voor mij is het een uitdaging mijn vak goed te beoefenen. Ik neem die taak serieus. Nogmaals: de rode draad in mijn werk is de vraag naar wat zinvol is om te doen en wat niet. Ik vaar niet op gevoel alleen. Ik vind het uitdagend om gedachten en beelden van mensen over hun dagelijkse leefomgeving of hun vakmatig gebied en hun belangen scherp te krijgen. Wat wil, moet en kun je? Dat is een gezamenlijke ontdekkingstocht waarin urgenties bloot komen te liggen en dromen en ambities worden geboren. Zoeken naar verbindingen, naar win-win situaties. Mijn belangrijkste wapen is daarbij het woord: hoe zeg of schrijf ik het zo op dat iedereen het begrijpt?

Heb je ook wapenfeiten?

Natuurlijk veel te weinig. Maar ik heb mijn verhaal over duurzame gebiedsontwikkeling al vaak mogen vertellen bij lezingen en cursussen. Ik heb me met ziel en zaligheid ingezet om de bodem een plek te geven in gebiedsontwikkeling; een vaak vergeten duurzaamheidaspect bij gebiedsontwikkeling. Mijn boek ‘De bodem is voor mij…’ bevat lessen die ik geleerd heb. In het essay ´Duurzame gebiedsontwikkeling, doe de tienkamp´ reiken we vier principes aan voor duurzame ontwikkeling. Ik ben ervan overtuigd als iedereen daarnaar oprecht handelt, gebiedsontwikkelingen in hun kern duurzaam zullen zijn. Nederland zal er mooier er duurzamer van worden. En ronduit trots ben ik op de Eo-weijers inzending ‘Deltadynamiek’ met een visie op het gebied Rotterdam-Dordrecht. Deze visie geeft de ziel terug aan dit gebied. En het hebben van een ziel, het hebben van gebiedsidentiteit is dé basis voor een duurzaam gebied. Het leuke is dat we het gedachtegoed van Deltadynamiek nu mogen uitwerken voor een herstructurering van een scheepswerf aan de Hollandse IJssel.